Kijken naar een schilderij is als voelen met je ogen


Als géén ander medium lijkt de hedendaagse schilderkunst zichzelf voortdurend te moeten rechtvaardigen. Haar bestaansrecht kwam in de recente kunstgeschiedenis wel meer onder druk te staan. Te midden van een overweldigend aantal nieuwe media in de 2Oste eeuw: video, performance, installatie- en computerkunst, en last but not least de integratie van het medium fotografie, nam de schilderkunst wel vaker de positie in van een stil verzet, of een rustgevende plek, een koppig vasthouden aan de sterke, rijke traditie of gewoon een voorliefde voor het eenvoudige, intieme medium.

Hoe dan ook, van uit om het even welke positie ze vertrekt, blijft de schilderkunst een onweerstaanbare aantrekkingskracht uitoefenen, zowel op de kunstenaar als op de toeschouwer. Meer zelfs, ze is springlevend en actueel. Vaak echter wordt die prominente plaats teruggedrongen binnen de grenzen van het atelier. Buiten die begrenzing, met name in het actuele kunstgebeuren en in de media die dit gebeuren druk becommentariëren, vindt die stille kunstvorm slechts traag een eigen stek.

Vanuit deze optiek wordt de keuze voor een biënnale van jonge schilderkunst een moedige, niet evidente, maar uiterst belangrijke keuze.

Door jonge kunstenaars, die de specifieke taal van de schilderkunst hanteren, een forum aan te bieden, hun werk te confronteren en te laten dialogeren, krijgen ze de mogelijkheid een eigen weg te vinden binnen het ruime landschap van hedendaagse kunst.

Een dergelijk forum geeft ook ons, de toeschouwer, de kans een confrontatie aan te gaan met de hedendaagse wegen van het schilderen. Dat schilderen, dat een continue en vruchtbare voedingsbodem voor jonge kunstenaars is, blijft en zal blijven.

Het werken met de eenvoudige, authentieke middelen van verf en doek, potlood en papier, vindt haar kracht in de specifieke karakteristieken van het medium. Haar stilte, haar tastbaarheid (kijken naar een schilderij is als voelen met je ogen) , de afwezigheid van spektakel en snelle beweging, werkt vertragend.

Onze afgestompte zintuigen komen er tot rust en herstellen zich.

Wanneer men zich als kijker losmaakt van een praktisch en geconditioneerd kijken en zich overgeeft aan een onbegrensde waarneming, dan gaan de werken (aan)spreken, (aan)raken, ‘hoorbaar’ worden.

Abstract of figuratief, spaarzaam of kwistig in de verf, elk werk vertelt een eigen stil verhaal. Luisteren maar!

En kijken, vooral dat kijken of zoals A. Gentileschi zei: 
‘Ogen en zinnen open zetten, laten doordringen tot in je ziel!’ (1).

Els Vermeersch © 2003


(1) Artemisia Gentileschi (1593—1652)

 

Bron : Catalogus Pure Peinture 2003 – Biënnale voor jonge schilders