Rebecca Dufoort  ‘kijken in facetten’,

tekst naar aanleiding van de opening van de tentoonstelling 'kijken in facetten" in de Bibliotheek van Harelbeke

 

‘Alsof de meesters in het Louvre niet geweten zouden hebben dat het de kleur is die de schilderkunst bepaalt.’

Ik wil graag beginnen met deze zin die de dichter Rainer Maria Rilke op 8 oktober 1907 aan zijn vrouw schreef om deze tentoonstelling van Rebecca Dufoort in te leiden.

Schilderen is immers keuzes maken, de werkelijkheid die er steeds is en ons omringt, is iets anders.

Wat telt bij het schilderen van een beeld en bij het maken van een schilderij is hoe een picturaal beeld aan de hand van vorm (compositie), kleur en verf gestalte krijgt. Daarbij speelt de zichtbare en ‘waarheidsgetrouwe’ werkelijkheid zoals die ons elke dag, elke nacht en elke seconde omringt vandaag niet langer een cruciale rol. Hoewel die werkelijkheid, hoe gedetailleerd ook – zoals bijvoorbeeld een vijver in een tuin, een autosnelweg, een gebouw – het uitgangspunt is voor de schilderijen en tekeningen van Rebecca Dufoort heeft ze die realiteit aan de hand van haar persoonlijkheid en haar kijk op de wereld zodanig gedefragmenteerd, gedeconstrueerd tot een uitsluitend abstract en persoonlijk schilderkunstig universum, waarbij elk detail van belang is. Ze ontdoet zich van de theatraliteit van de figuratie en van de afbeelding.

Rebecca Dufoort verlaat al schilderend, al tekenend het louter uiterlijk-herkenbare om uit te monden in een innerlijk-wezenlijk oeuvre; het belang en de noodzaak daarvan, een belang en een noodzaak voor de hele kunstgeschiedenis trouwens, worden zeer treffend verwoord in Kandinsky’s befaamde boek ‘Uber das Geistige in der Kunst’ of om het even vrij te vertalen ‘Spiritualiteit en abstractie in de kunst’, waarnaar ik bij deze inleiding op de werken van Rebecca Dufoort even wil teruggrijpen. In dat boek poneert immers deze Russische pionier-schilder uit het begin van de twintigste eeuw dat het innerlijk bij een kunstwerk steeds een kiem van de toekomst in zich draagt. En, ik citeer: ‘De geest die naar het rijk van morgen leidt bij een kunstenaar, is in eerste instantie alleen door het gevoel herkenbaar en dat gevoel wordt bepaald door het talent van de kunstenaar.’

In al haar trefzekerheid en sensibiliteit (omdat ze haar medium door en door kent en onder de knie heeft) is Rebecca Dufoort gewaagd, gedurfd. Er is geen aarzeling in haar kleurgebruik, noch in haar toets, meer nog, ze durft heel ver te gaan met wat kleur en toets al dan niet allemaal vermogen. Zo durft ze bijvoorbeeld zuivere kleuren, zoals geel, rood of blauw, te mengen en combineren met pastelkleuren en doordringt ze op die manier de kleur, en dus ook haar werk, met een soort onvatbaarheid, onbenoembaarheid en geeft ze aan hoe eindeloos een kleur kan zijn. Zachte kleuren gaan feilloos en probleemloos een interactie en verbond met koude kleuren aan. Een groen of een blauw bij Dufoort is nooit één soort groen of blauw, maar onthult het enorme scala aan varianten, nuances en mogelijkheden ervan. Het leidt naar een verrassende weelde voor het oog.

Maar deze kunstenaar is ook trefzeker en gevoelig in de manier waarop ze bepaalde vormen bij elkaar brengt en door de breuken die ze soms letterlijk en figuurlijk in haar doeken maakt (door bijvoorbeeld een verticale lijn of verschillende verticale lijnen dwars doorheen het beeld te laten lopen en zo het beeld te breken waardoor ze de blik van de kijker weg van het ‘afgebeelde’ en op bijvoorbeeld een penseeltoets of de textuur van het werk richt). En ze een soort ‘Unheimlichkeit’ creëert naar wat er achter het beeld ligt.

Deze abstracte voorstellingen, die we hier deze avond allemaal kunnen bekijken en bewonderen zijn geënt op de rondom haar liggende concrete werkelijkheid. Uit die werkelijkheid licht ze details (zoals de structuur in het water van een vijver of de tegels van een pad in haar tuin of de lijnen van de autosnelweg waarop ze met de auto rijdt) op een zodanige manier dat het begrip ruimte een hoofdmoot in haar werk wordt. Niet alleen de ruimte als ruimte an sich (waarbij we ruimte met een fysieke plek associëren), maar ook de ruimte die door een vorm en een kleur bepaald wordt en wordt voortgebracht. Hoe abstract Rebecca Dufoorts werken ook zijn, vaak hebben we het gevoel ons er binnenin of middenin te bevinden of een deel uit te maken van wat ze ons toont. Iets wat ook te maken heeft met de dieptewerking die in haar schilderijen en tekeningen schuilt.

Niet voor niets heeft Rebecca Dufoort deze tentoonstelling ‘Kijken in facetten’ genoemd. Ze confronteert haar kijker met de act van het kijken zelf en met de weelde en mogelijkheden van verf en compositie, hoe ‘weinig’ er soms ook op een doek wordt getoond. Heel duidelijk komen die verschillende facetten van en door en dankzij het kijken bijvoorbeeld tot uiting bij de reeks verticale schilderijen waar Rebecca Dufoort ons een landschappelijk beeld op zich laat zien, dat vergezeld gaat van een paar variaties van dat beeld maar dan met verticale stroken erover. Het gaat bij Rebecca Dufoort immers ook om de kijkbeweging die de toeschouwer maakt, zoals de titel van deze tentoonstelling zeer letterlijk aangeeft. Het gaat om de denkoefening die de ogen bij het kijken naar een werk als het ware maken en kunnen maken. Hoe eenzelfde beeld van een landschap, van een autosnelweg, van een tuin, van een landschappelijkheid tot een variatie aan toetsen, composities, beelden, interpretatie, gevoeligheid en verschillende kijkbewegingen kan leiden – kijkoefening is hier niet het juiste woord want Rebecca Dufoort weet heel goed wat ze de kijker toont, welk deel van de picturale werkelijkheid ze aan hem/haar onthult.

In deze tentoonstelling zijn er veel werken van kleine formaten te zien die de intimiteit ervan onderlijnen. Maar niettegenstaande de kleine formaten is wat er op deze werken te zien is, steeds weids. Hoe klein het werk ook, het trekt de blik open. Het geeft op het canvas een oneindigheid op verschillende lagen weer.

Ik wens jullie dan ook veel kijkgenot bij deze werken van een kunstenaar voor wie schilderen met olieverf en tekenen de vanzelfsprekendheid en noodzakelijkheid van ademhalen, van het dagelijks eten van brood heeft.

Inge Braeckman © 2018